Er altijd zijn voor de ander,

mag niet ten koste van jezelf gaan.

Tamara

Ik ben erg op mezelf, en denk alles zelf te kunnen, maar ook ik heb hulp nodig. Ik zit nu sinds zes maanden in de opvang, en geloof me, daar kom je jezelf wel tegen. Ik ben de laatste tijd veel over mezelf te weten gekomen. Zo weet ik nu dat ik een echte streber ben, goedgelovig en altijd klaar sta voor anderen. Maar eigenlijk niet voor mijzelf. Ik praat niet over mijn problemen, maar luister wel altijd naar die van een ander. Ik ben eigenlijk een soort wandelende Klaagmuur. Nee zeggen is dus echt wel een dingetje, ik kan het niet.

Sinds ik in de opvang zit,

ben ik mezelf tegengekomen.

alt-text

Ik heb een volwaardige baan en doe daarnaast een opleiding, vier dagen werken en één dag naar school. Ik werk met mensen met een verstandelijke beperking en gedragsproblemen. Deze doelgroep past echt bij mij, het is echt mijn ding. In de groep ben ik helemaal in mijn element en kan ik echt even helemaal mezelf zijn.

Mijn werk is het enige dat ik heb,

daar lach ik en heb ik plezier.

Want ik heb niet één muurtje om mij heen, maar wel een stuk of drie. En in contact met mijn groep valt dat weg, daar kan ik gewoon zijn. Ik zit natuurlijk niet voor niets hier in de opvang, maar mijn collega’s weten niet eens dat ik dakloos ben. Daar praat ik gewoon niet over. Ik wil niet zielig gevonden worden en ik zie ook niet echt de meerwaarde als ze het wel zouden weten. Dit is gewoon mijn leven, voor nu.

alt-text

Toen ik ging samenwonen met mijn toenmalige vriend, is het contact definitief met mijn ouders verbroken. In de periode daarna heb ik geldproblemen gekregen en schulden opgebouwd. Deels mijn schuld, deels niet mijn schuld. Ik had geen vangnet, omdat ik geen contact meer had met familie. De problemen werden zo erg, tot het punt dat mijn vriend en ik het huis uit werden gezet, omdat we huurachterstand hadden. We zijn bij zijn ouders gaan wonen, maar er was teveel gebeurd en teveel misgegaan.

Ik ben gaan googelen op

alt-text
alt-text

dakloos, opvang en zwerver.

Het zat niet meer goed tussen ons. Toen hij uiteindelijk vreemd ging, heb ik daar een punt achter gezet. Van daaruit ben ik bij vrienden beland, een gezin. Dat ging een tijdje goed, maar ook daar ging het op gegeven moment niet meer. Tja, en wat moet je dan. Ik dacht ik ga niet in m’n auto slapen. Dus ben ik het internet opgegaan om te zoeken naar onderdak.


Van jongs af aan heb ik alles volgens het boekje gedaan, al mijn diploma’s gehaald, nooit gespijbeld, altijd werken en bijdragen in het gezin waar ik ben opgegroeid. Maar op de één of andere manier werd ik niet gezien of gehoord, ik kon nooit wat goed doen. Het leek wel of er geen ruimte was voor mij, wel voor mijn broer. En die hoefde daar in mijn beleving vrij weinig voor te doen.

Ik heb geen fijne jeugd gehad,
ik ben opgegroeid als een soort Assepoester.

Ik hoorde iedereen aan, kreeg veel frustratie over mij heen, maar vertelde zelf nooit wat ik dacht of voelde. Met mijn vader had ik wel een goede band, met mijn moeder niet. Mijn oma was eigenlijk meer een moeder voor me dan mijn eigen moeder. Toen zij overleed heb ik echt een klap gekregen en ben ik begonnen aan het bouwen van mijn eerste muurtje. Als ik er op bepaalde momenten echt bij stilsta, ervaar ik zoveel verdriet. Maar dat laat ik niet toe. Heel eerlijk, ik heb nooit geleerd hoe ik mezelf moet uiten. Nu ervaar ik dat echt als een gemis.

Ik zie mezelf hier nog zo de eerste keer aankloppen met de vraag:
“is dit de daklozen opvang?” Met een auto vol met spulletjes, kwam ik hier aan. Ik moest de volgende dag gewoon werken, dus ik moest een slaapplek hebben. En gelukkig kreeg ik die ook. En voordat ik het wist zat ik in een heel proces en zag ik in dat dit de komende tijd mijn leven zou zijn. Ik werd officieel dakloos verklaard en moest drie keer per week bellen voor mijn ticket, zodat ik een slaapplek had.

Als je geen ticket hebt slaap je buiten.

In het begin vond ik het opvangleven erg zwaar. Je ligt met vier of vijf vrouwen op een kamer, je hebt geen privacy, helemaal niks. Het enige privé momentje dat je hebt is als je onder de douche staat. Na een paar maanden was ik helemaal kapot. De wallen hingen op m’n knieën. Nu slaap ik op een tweepersoonskamer, waar ook mijn spulletjes mogen blijven staan, dat geeft wel meer rust.

Ik heb nu sinds kort een begeleider, dat heeft wel vijf maanden geduurd. Maar nu zijn er dingen in beweging. Mijn begeleider neemt mijn problemen niet uit handen, maar samen met mij gaat ze aan de slag om ze op te lossen. Dus nu heb ik mijn schulden op een rij, is mijn post geordend en loopt mijn aanvraag voor de schuldsanering. Maar ook krijg ik nu begeleiding om te werken aan mijn zelfbeeld. Daarin heb ik nog stappen te zetten.

Ik leef van dag tot dag,

ik zie het wel.

Ik moet echt aan mezelf blijven werken, vooral meer praten. Ik werk hard om hier uit te komen en om niet meer in deze situatie te blijven. Ik let beter op en controleer meer, zodat ik overzicht heb. Ik ben echt sterker geworden, ik hou mezelf staande. Ik neem mijn verantwoordelijkheid, ook voor de dingen die niet eens mijn verantwoordelijkheid zijn. Ik heb geen zin meer in een strijd met mijn ex. Ik heb veel schulden, die niet allemaal van mij zijn, maar wel op mijn naam staan. Maar ik deal er nu mee.

Ja, dat is echt mijn lijfspreuk: live the life you love. Ik doe dat nog niet helemaal. Wel wat mijn werk betreft. Maar persoonlijk heb ik nog stappen te zetten en dingen te verwerken. Heel eerlijk: huisje, boompje, beestje. Dat is waar ik van droom.

Live the life you love.

Gelukkig zijn met een man die mijn muur doorbreekt, ondanks alle littekens die ik heb. Een leuk gezin met kindjes. Ik kan me dan al helemaal voorstellen dat ik minder werk en echt het gezinsleven draaiende houd. Ik wil daar helemaal van genieten en er voor hen zijn. Ja, dat zie ik mezelf wel doen.

lees hier onze andere verhalen