Je bent veel meer dan een label,

veel meer dan een oordeel.

Angelique

alt-text

Ik woon sinds twee en een half jaar op de Handellaan op mijn geluksnummer dertien, mijn thuis. Maar dat is nu, mijn verhaal begint veel eerder. Op mijn zestiende kreeg ik mijn eerste psychose. Ik heb borderline, meervoudige persoonlijkheid stoornis, psychoses en doe aan zelfbeschadiging. Ik heb af en aan verschillende therapieen en medicijnen gehad. Ik heb altijd gevoeld dat er in het begin van mijn ziekte niet goed naar mijn ouders is geluisterd. Er werd vooral gekeken naar wat ik had en niet naar wie ik was. Dat was in die tijd gewoon zo. Je kreeg gewoon een stempel.

Ik krijg ondersteuning op de gebieden

die ik lastig vind.

Dus eigenlijk ben ik vanaf mijn zestiende jaar aan het tobben en dat is alweer dertig jaar geleden. Ik was op een gegeven moment zo ziek, dat ik niet meer goed voor mezelf kon zorgen. Ik had de keuze om naar een psychiatrische inrichting of om naar deze plek te gaan, beschermd wonen. Ik heb voor dat laatste gekozen. Wetende dat ik vier jaar heb gevochten om hier niet terecht te komen en mijn zelfstandigheid op te geven. Nu is het de plek waar ik me thuis voel, al wordt het nu wel tijd om mijn vleugels uit te slaan en de volgende stap in mijn leven te maken.

alt-text

Vooral mijn jongste dochter is hier vaak te vinden, eet gezellig mee en blijft ook slapen. We doen leuke dingen met elkaar, eigenlijk zoals je dat thuis doet. Ook met de vader van de kinderen heb ik goed contact, mijn dochter woont bij hem. En mijn zoon woont op zichzelf samen met zijn vriendin en die verwachten binnenkort hun eerste kindje. Ik word oma, heel jong want ik ben pas zesenveertig. Ze zijn allebei nog heel jong, dus ze hebben me hard nodig. Dat vind ik soms wel moeilijk, best ook weer een verantwoordelijkheid.

Ik heb twee kinderen en ik heb
daar een hele goede band mee.

We hebben wel wat meegemaakt als gezin. Door mijn ziekte zijn de kinderen vroeger in- en uit huis geplaatst, dat ging op en neer. Ik leunde in die tijd ontzettend veel op mijn ouders, vooral mijn vader. Als er iets was dan belde ik pa, en die stond altijd voor me klaar.

Een positieve schop onder mijn kont

is mijn redding geweest.

Ik zei altijd: “als mijn vader dood gaat, ga ik mee.” En als antwoord daarop zei hij altijd: “als je dat doet, gooi ik je naar beneden, want je hebt twee kinderen om voor te zorgen.” Ik had het nodig om dat te horen, zeker van hem. Toen mijn vader ziek werd, zei hij op een dag tegen me: “jij bent nu de spil van je eigen gezin, je kan niet meer achterover leunen, je moet het zelf doen.” En dat ben ik gaan doen en dat doe ik nog steeds.

Toen mijn vader overleed heb ik echt het licht gezien, ik heb een positieve boost gekregen. Naast het verdriet haalde ik er kracht en liefde uit. Ik sta nu veel meer op eigen benen, ik kan voor mezelf en m’n kinderen zorgen. Natuurlijk zal ik altijd hulp nodig hebben, maar ik ben er niet meer totaal van afhankelijk.

alt-text

Het geloof geeft me houvast, ik put er ontzettend veel kracht uit. Ik ben rooms- katholiek en ga met regelmaat naar de kerk. Het doet iets met me wat ik nergens anders in mijn leven ervaar. Ik zeg altijd: “oordeel niet over een ander.” Omdat ik ook niet wil dat iemand oordeelt over mij. Iedereen heeft zijn eigen verhaal en je weet nooit wat er speelt.

Ik vind iets in het geloof

dat me rust en kracht geeft.

En het is belangrijk dat er een plek is waar je dat kunt delen. Daarom ben ik betrokken bij de Jessehof. Een plek waar alle mensen uit de samenleving kunnen komen die behoefte hebben aan contact. Vijf ochtenden in de week werk ik daar als gastvrouw, dan schenk ik koffie, thee, serveer ik soep en maak ik een praatje met de mensen. Ik kwam daar zelf vijf jaar als gast over de vloer en kan nu bijdragen op een andere manier, en ben ik echt helemaal op m’n plek.

Ik wil graag aan mezelf blijven werken en ik wil iets terug doen voor de maatschappij. Ik ben nog lang niet uitgeleerd. In de toekomst zou ik me graag als vrijwilliger willen aansluiten bij de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning), de cursus WMO consulent staat dan ook hoog op mijn lijstje.

Ik wil blijven leren en een bijdrage

leveren aan de maatschappij.

Verder doe ik een cursus Ervaringsdeskundige en Keukentafel Consulent. En nu ik het er toch over heb wil ik graag nog aanschuiven bij een cursus Opkomen Voor Jezelf. Ik vind het nog altijd moeilijk om nee te zeggen en daar zou ik graag iets aan doen, zodat ik mezelf en de ander nog beter van dienst kan zijn.

Deze plek heeft mij gebracht

tot waar ik nu ben!

De mensen die hier werken, houden van hun werk en ze houden van mij. Anders kunnen ze hun werk niet doen. Ik ben dankzij hun een persoon die sterk in het leven staat. Stuk voor stuk staan deze mensen voor mij en mijn medebewoners klaar. En ik heb meerdere keren mogen ervaren met wat voor toewijding ze dat doen. En toch is het tijd dat ik ga uitkijken naar een eigen huis.

De begeleiders hier zeggen ook: “Angelique, wat doe jij eigenlijk nog hier?” Ik voel me dan zo trots, want het betekent dat zij ook zien dat het goed met me gaat. Ik ben nu ook al een tijd stabiel en ik pas er gewoon niet meer tussen. Heel eerlijk, ik ben het “gemoeder” zat.

Wat ik eerst zo nodig had kan ik nu voor een groot deel weer zelf. Dus is de stap naar individueel begeleid wonen, nu de juiste stap voor mij. Maar ik ga het hier wel missen vooral het samen eten. Laat ik het zo zeggen, het eten
ga ik niet missen, want niet iedereen kan lekker koken. En koken is een hobby van mij dus voor het bereiden van een maaltijd, ook voor vijfentwintig man, draai ik m’n hand niet om. Maar de onderlinge band en gezelligheid ga ik wel missen! Maar goed, voorlopig ben ik er nog, maar ik kan eigenlijk niet wachten totdat het zover is.

lees hier onze andere verhalen